Puglia 2014: van de witte stad naar de ster onder de boog.

Eén van de heerlijkste dingen aan reizen is wakker worden, de zon door de gordijnen zien en dan terwijl de meeste mensen nog slapen, naar buiten gaan om te gaan wandelen, alleen of in goed gezelschap. Ostuni, dat we de dag ervoor nog in de regen hadden gezien, maakte nu zijn naam van La Citta Bianca helemaal waar, en op wat vroege mama’s na liepen we er moederziel alleen rond, van steegje naar steegje, steile trappen op en af, en af en toe uitkomend op uitkijkpunten met zicht op de Adriatische zee. Het was er rustig en mooi en een mens beseft niet hoe het hier in de zomer is wanneer de bevolking van Ostuni stijgt van 30.000 naar 100.000 en het de hoofdstad wordt van Salento-shire, zo genoemd omwille van de toevloed aan Engelse toeristen.

 

ostuni.jpg

 

Na het ontbijt vertrokken wij, in de zon, naar Cisternino, een ander heuvelstadje. We zaten nu volop in trulli-land, de typische huisjes waarvoor de omgeving beroemd is. In Cisternino stonden oude mannen buiten te praten in afwachting van de mis, dronken we nog een scherp ristretto-ke en dwaalden door de straten, tot verrassing van degenen die deze ochtend niet uit hun bed geraakt waren en die nu enigszins vermoeiend plots heel enthusiast waren over al die kronkelende straatjes en witgeverfde huisjes…zucht.

 

gia sotto l'arco.jpg

 

Na nog een tussenstop in het al even pittoreske Locorotondo, kwamen we op de middag aan in Carovigno, waar Gia Sotto l’Arco op ons wachtte, het enige restaurant van de trip met een Michelin-ster. Het restaurant ligt op de tweede verdieping van een paleis met een prachtige barokke gevel, de zon scheen, er zaten Italiaanse families en koppels op hun paasbest en het meest zonnig van alles was de glimlach van Teodosio Buongiorno, onze gastheer. Zelden heb ik mij in een sterrenrestaurant zo welkom gevoeld, en dat het restaurant ooit een eenvoudige Osteria was op de benedenverdieping, waar Teodosio van zijn vader leerde wijn proeven en waarderen heeft daar misschien iets mee te maken. Op de wijnkaart staan vandaag 500 referenties en Teodosio is niet alleen een gediplomeerd oenoloog, maar ook een gezocht commentator en beoordeler in grote, professionele degustaties. Maar bovenal dus, een zeer sympathiek man !

In de keuken staat Teresa, zijn echtgenote, een bevlogen en zeer getalenteerde kok, en wij gingen dan ook voor het degustatiemenu dat niet alleen geweldig lekker was maar ook licht (en dat is in de Puglia geen evidentie). Twee gangen sprongen er voor mij echt uit, en de eerst was de Insalata tiepida di Gamberi all’arancia e finocchio. Op zichzelf leek dat eigenlijk een eenvoudig gerecht, een gambero op wat venkel met een partje en een schijfje gedroogde sinaasappel en wat druppels saus, maar het was geniaal. Deels is dat omdat zowel sinaas als venkel hier een smaakniveau behalen dat in België nauwelijks te evenaren valt, maar die enkele druppels maakten het verhaal perfect.

 

gia sotto l'arco gamberi.jpg

 

Nog genialer vond ik de Risotto alla barbabietole rosse e crema di gorgonzola. De aardsheid van de rode biet paarde perfect met de zoute en pittige gorgonzola, zonder dat die aardsheid overheerste. Blijkbaar lukt dat door de rode biet (topkwaliteit rode biet uiteraard) eerst lang in de oven te laten staan waardoor hij zacht wordt, maar toch vroeg ik me ook hier af of dit recept in België ook even goed zou lukken (te proberen !). In ieder geval een geweldig gerechtje.

 

gia sotto l'arco risotto.jpg

 

Ondertussen hadden wij echter een indrukwekkende reeks wijnen de revue laten passeren:

Fiano, Buongiorno, 2012:Toen Teodosio naar onze smaak polste, lieten wij de naam Fiano vallen, en onmiddellijk toverde hij een fles boven van het huis Buongiorno, zijn eigen domein dat hij gekocht had om als sommelier aan de lijve te ondervinden wat het is om wijn te maken. Hij polste heel voorzichtig of het ok was om ook zijn wijnen te proeven, en de zon scheen, Teodosio straalde en wij hebben een goed hart (en een hard werkende lever) en ja, dat was dus ok. Deze Fiano was droog, maar met een zweempje honing in de neus, en ook in de mond waar hij overwegend floraal was kwamen druppeltjes honing en drop voorbij, de enige keer deze reis dat dat in een Fiano zat. ** en ik had spijt dat ik hem niet meer uitleg kon vragen.

Roycello, Fiano, Tormaresca, 2012:Deze Fiano was fruitiger en frisser en in de mond, duidelijk en mooi, en leek gladder en strakker gemaakt. Ik heb hem ter plekke *** gegeven, maar ik zou de twee graag nog eens naast elkaar zetten.

Pietrabianca, Tormaresca, 2012:Al vroeger geproefd, bij Modo in Nardo, maar perfect passend bij de Gamberi. ***

Negroamaro, Salento Rosso, Buongiorno, 2010:Buongiorno E Felice !! riep Teodosio uit toen we ook zijn rode wijnen wilden proeven. Deze begon alvast door naar koetjesreep te geuren, en ook in de mond overheersten chocolade en fruit, maar deze leuke en lichtvoetige wijn was ook behoorlijk intens. **

Primitivo, Salento Rosso, Buongiorno, 2010:kruidige, stevige neus, die mooi groeide in het glas. Stevig glas, maar goeie structuur. **

Nikolaus, Puglia IGT, 2012:Een blend van Negroamaro en Primitivo die mooi complex was en de trekken van de twee druivenrassen leek te combineren. Mooi evenwicht, fijne complexiteit. **(*) 

Torre Testa, Rubino, 2007:Domein in Brindisi, met Ricardo Cotarella als oenoloog. 100% Susumaniello, een lokaal druivenras (zie http://csp.skynetblogs.be/archive/2014/02/01/puglia-de-druivenrassen-8092179.html). Tooper ! Magnifieke neus, maar heel klassiek, bijna op z’n Bordelees. Een perfect gemaakte wijn, maar in een heel internationale stijl. De hand van Cotarella is hier duidelijk, en ik zou hier wel eens een andere Susumaniello willen naast zetten, maar het zal voor een andere keer zijn…***.

Es, Gianfranco Fino, Primitivo di Manduria, 2012:50 jaar oude stokken en gemaakt met aan de stok licht ingedroogde druiven. 50% nieuwe eik, 50% eerstejaarse, 9 maanden. Drie à vier weken schilweking. Tabak, pijptabak zelfs, peper. In de mond eveneens stevig, maar ook zeer fijn en evenwichtig. Grote wijn. ***(*)

Aleatico Passito, Li Veli, 2007:Schitterende, wat geëvolueerde neus. Zeer complex, oude honing of was, één van de mooiste rode Passito’s die ik al dronk. ****

 

gia sotto l'arco teresa teodosio and me.jpg

Voor één keertje maar eens niet anoniem !

  

Het afscheid was warm en hartelijk en wij werden uitgenodigd om in de zomer terug te komen, wat twee van ons prompt beloofden, maar toen wij buitenkwamen ging de zon onder en was het somber en bewolkt. In die stemming reden wij naar de luchthaven, droevig omdat het weer eens voorbij was. Maar, zoals Lisa Sapienze bij Benanti op Sicilië ooit zei: You should drink wine to remember, not too forget, en we stegen op met een grote zak vol mooie herinneringen: aan Puglia, aan vrienden, aan lekker eten en prachtige wijn… 

www.giasottolarco.it

www.tormaresca.it

www.tenuterubino.com

www.gianfrancofino.it

www.liveli.it

 

 

 

Puglia 2014: Cibus.

Nog zwaar onder de indruk reden we onder een stralende hemel naar ons volgende restaurant in Ceglie Messapica. Het stadje was ooit de militaire hoofdstad van de Messapiërs, een volk dat nog voor de Romeinen de regio beheerste, en kijkt uit over de omgeving. Het schijnt een mooie plaats te zijn, met veel restanten van vroeger, maar wij hadden veel langer geproefd dan we dachten, hadden honger en trokken onmiddellijk naar ons restaurant: Cibus.

Dit restaurant, met mama Giovanna in de keuken en zoon Lillino in de zaal ligt in een heel aardig gebouw (een 15de eeuws klooster), en plakt net als alle huizen hier tegen de heuvel aan (overal trappen dus). Het is door en door Pugliese, met heel veel aandacht voor traditionele gerechten, maar ook voor hedendaagse experimenten met alles wat lokaal beschikbaar is, en het heeft zijn eigen laboratorium waar ze experimenteren met het roken van hammen en het afwerken en rijpen van kazen. Ze maken hun eigen olijfolie met minder vaak gebruikte lokale rassen…ze hebben een wijnkelder om U tegen te zeggen…en een sommelier die zijn vak kende.

 

cibus olive oil.jpg

 

Wij proberen zo veel mogelijk te varieren in onze wijnkeuze tijdens zo’n reizen, om zovel mogelijk te leren, maar onze keuze voor de Acante, Castello Monaci, 2012 werd op hoofdschudden onthaald: als we van Fiano hielden had hij beter. Koppig als we zijn dreven we onze zin door, proefden wat citrus en mineraliteit, vrolijk en fris maar de wijn miste inderdaad wat diepgang (**). En wat raadde hij ons dan wel aan ? De Fiano, Polvanera, 2012die we inderdaad al kenden maar die bevestigde als de beste witte wijn van de hele vakantie. We hebben ons dan verder maar laten leiden door de sommelier…

 

cibus ham.jpg

 

Ondertussen was er heerlijke zelfgemaakte olijfolie op tafel gekomen en een grote schotel zelfgerookte ham en lardo die overheerlijk was maar zo snel verdween dat het me nog net lukte om de laatste stukjes te fotograferen. Het overheerlijke voorgerecht was een grano con fonduta di caciocavallo e tartufo della Basse Murgia, een gerecht vol traditie. Het hoofdbestanddeel, grano, is een heel oud en traditioneel graanproduct, dat bereid er wat uitziet als rijst, maar eigenlijk durum is. Het was de basis voor hartige gerechten voor de uitvinding van pasta en wordt vooral nog gebruikt op Sicilië en in de Puglia. Het smaakt als pasta, maar je kan er op kauwen, het is een beetje “springerig”. Caciocavallo is een scherp smakende zeer traditionele kaas die lang moet rijpen en die net als ham omhoog hangt omdat te doen. Bij Cibus doen ze ook dat zelf en caciocavallo-kenners zeggen dat de rijpingsomstandigheden de uiteindelijke smaak bepalen. De kaas wordt al in 500 voor Christus beschreven door Hippocrates en de naam komt van kaas (cacio) en paard (cavallo) omdat hij omhoog hangt als een zadel. Geschiedenis eten, noem ik dat, en ik vind dat geweldig, en zeker als het dan ook nog eens zo lekker is.

 

caciocavallo cibus.jpg

Rijpende Caciacavallo in het laboratorium van Cibus.

 

Kan het nog traditioneler ? Uiteraard ! Met een Asino Stuffato in Terracotta ! Oftwel stukken vlees van een ezel, 12 uur gestoofd om zacht te worden, en zeer lekker, alhoewel het een vreemd idee blijft om een toch wel sympathiek dier op te eten. Bij dit lekkers verscheen er ook lekkers in het glas: de Primitivo di Manduria, Attanasio, 2010. Volgens de pers één van de lekkerste Primitivo’s van de regio, en hier moet ik echt ootmoedig een knieval maken, ik was na Sicilië niet onder de indruk van Primitivo. Maar dit is zijn hartland, en de Primitivo di Manduria is waarschijnlijk de beste uitdrukking van deze druif. Deze was in de neus elegant, rokerig, en het wijn-equivalent van een Italiaanse gentleman: mooi, beschaafd, maar ook tot in de puntjes verzorgd én met dat tikje sexy-ness dat hem onweerstaanbaar maakt. In de mond was de wijn prachtig complex, vol zuiver fruit, lang en intens, een vino del professore, heel intellectueel. **** dus.

Luca en Alessandro Attanasio, broers, zijn de eigenaars van dit domein dat sinds 2000 zelf bottelt. De wijnstokken zijn oud, meer dan 50 jaar, en ze doen aan grondbewerking en groenbemesting. De oogst van de vele kleine perceeltjes wordt geperst in een oude mandpers en de druiven fermenteren in inox vaten die aan de bovenkant open zijn. Bruno Garofano is de conulterende oenoloog. Als dessertwijn kregen we de Primitivo di Manduria Dolce Naturale, Attanasio, 2008, van hetzelfde huis dus. Prachtige neus, echt indrukwekkend. Zoet, maar tegelijk zo ongelooflijk evenwichtig, die Dolce Naturale’s zijn echt wel iets aparts !

 

cibus winecellar.jpg

De wijnkelder, vanop de bodem naar omhoog, en overal staan aan de zijkanten flessen en kisten…

 

We leerden verder nog dat ook grappa gekurkt kan zijn, proefden echt wel ongelooflijke kazen (enkele vrouwen die echt geen dessert wilden, “want ze konden echt niet meer”, veranderden terstond in een zwerm sprinkhanen) en werden uitgenodigd voor een bezoek aan de wijnkelder, drie trappen diep uitgehouwen in de rots (kwijl, kwijl).

Op het internet vind je zeer uiteenlopende reviews voor dit restaurant en het is een plaats voor foodies, met een zeer interessante maar ook stevige keuken van een bedrieglijke eenvoud die je moet begrijpen om ze ten volle te appreciêren. Voor ons was dit één van de culinaire toppers van deze reis.

 

cibus_la_cucina_3.jpg

De Chef.

 

Ondertussen was het buiten aan het gieten en vertrokken we naar Ostuni, waar we zouden slapen. Er volgde nog een avondwandeling in de regen, een fles Primitivo di Manduria, Attanasio, 2009die bevestigde wat de middag ons al vertelde, en een iets minder goed restaurant (het restaurant van het hotel, dat een uitstekende reputatie had, had kort voor ons vertrek laten weten dat het die avond niet zou open zijn). Een nachtelijke wandeling leverde nog wel een uitstekend Belgisch bier op, een Lupulus uit Bovigny in de Ardennen, 15 euro voor een 75cl fles en duurder dan de lokale wijn. Maar, toegegeven, het was een uitstekende fles, en één van de beste bruine bieren die ik al dronk.

 

lupulus.jpg

 

 Voor meer uitleg over grano: http://www.sunnylandmills.com/grano_ancient_grain.shtml

Het restaurant: www.ristorantecibus.it

De wijn: www.primitivo-attanasio.com

En over het bier: www.lupulus.be

Puglia 2014: Vini Picchierri

In Sava, in het hart van het Primitivo di Manduria gebied (Manduria is eigenlijk het spoorwegstation van waar de vaten met wijn vroeger vertrokken) ligt Vini Picchierri, één van de meest opmerkelijke wijnproducenten van Puglia. Het wijnhuis zit nu in een industrieel gebouw op een industrieterrein buiten de stad, en niet meer in de meer pittoreske gebouwen in het centrum, maar wat er binnenin gebeurt is uniek. En dat werd ons uitgelegd door Massimo Picchierri, één van de zonen, in het Italiaans helaas, maar het was verbazingwekkend hoeveel ik er van bleek te verstaan: wijnjargon, zeker.

Het wijnhuis werd vlak na WOII opgericht door grootvader Pichierri, maar was pas verhuisd vanuit het centrum van Sava naar de buitenwijken, en Massimo was dan ook uitermate trots op zijn nieuwe installaties. Dat ging van gloednieuwe ontsteelmachines tot pneumatische persen en grote ondergrondse cementen tanks waarin een groot deel van de wijnen rijpen, en we kregen bij elk een uitgebreide uitleg. Ze gebruiken geen cultuurgisten, uitsluitend lieviti autochtoni, en ze vermijden oenologische truukjes die hun wijnen moderner zouden maken. Ze gebruiken nauwelijks barriques, wel botti, omdat ze vinden dat nieuwe eik niet past bij Primitivo. Ondanks de zeer moderne installaties gaan ze eigenlijk heel traditioneel te werk, en dat is het spectaculairst zichtbaar aan hun collectie Capasoni, grote aardewerken amforen.

 

picchieri capasona.jpg

 

Ze worden niet ver hiervandaan gemaakt, in Grottaglia, een dorp dat gespecialiseerd is in aardewerk, en kunnen 300l wijn bevatten. Het aftappunt zit een goeie 20 centimeter hoger dan de bodem zodat de droesem altijd onderaan blijft en ze niet moeten filteren. Een universiteitsteam dat ze kwam bestuderen vond uit dat de wijnen (die er tientallen jaren in doorbrengen) heel traag en rustig cirkelvormige bewegingen langs de rand van de kruiken maken, en dat zou één van de verklaringen zijn voor de kwaliteit. Wanneer een vat wordt leeggetapt wordt het gevuld met water en dan op de knieën in een schommelende beweging gespoeld, wat één van de verklaringen is voor de vorm. De laatste reeks bottelingen waren met wijnen uit 1984 en 1985, maar de oudste bevatten wijnen uit de jaren 70. Elk jaar wordt de oogst beoordeeld en indien de drie broers akkoord zijn gaat het meeste geschikte deel naar de Capasoni.

 

pichieri capasona totaal.jpg

Met de botti op de achtergrond

Het domein heeft 22ha wijngaard, grotendeels biologisch beheerd, maar koopt ook druiven in. Van de jonge stokken en een deel van deze inkoop wordt tafelwijn gemaakt, en ons hele bezoek was het een komen en gaan van mensen die er bidons van 5 liter kwamen kopen, van sjofele werkmensen en boeren tot gedistingueerde heertjes op pensioen. Alles in de wijngaard wordt met de hand gedaan, en met respect. Ook bij de fermentatie geven ze de druiven alle tijd. De Primitivo uit de regio mag volgens Massimo trouwens niet vergeleken worden met die uit andere delen van Puglia of Sicilië: het is een andere kloon die perfect past bij hun terroir en waarmee niet alleen goede maar ook grootse wijnen kunnen worden gemaakt. Vandaag wordt het domein beheerd door drie broers, de zonen van stichter Gaetano, en Massimo was de zoon van één van hen. Bij het degusteren stonden twee van hen ons te observeren in een hoek van de winkel (of waren ze Massimo aan het beoordelen ? ).

 

picchierivatencement.jpg

De openingen links achter de barriques in de vatenkelder zijn die van de de cementen tanks.

 

We proefden de volgende wijnen:

Vittoria, Negroamaro del Salento, 2012: paar uurtjes weking met de steeltjes, dan drie dagen schilweking. Vinificatie op cement (een paar maanden). 12,5%. Heel fruitige, frisse neus. In de mond eerder kort, traditioneel, beetje zoet. Na een paar minuten werd de neus leuker en leuker. **

Novantino, Primitivo del Salento, 2011: stokken in albarello-snoeivorm. Korte schilweking, vinificatie op cement. 13%. Zeer fruitige neus. Sappig en leuk. Zuiver. **

Terrarossa, Primitivo di Manduria, 2010: Albarello-snoeivorm. Vinificatie op cement. 14%. Zeer mooie neus, heel compleet, heel vlezig. Mooi fris in de mond, vlezig met leuke bijtonen, veel body, goed gestructureerd. Mooie afdronk. ***

Tradizione dei Nonni, Primitivo di Manduria, 2008:  Albarello-snoeivorm. Vinificatie op cement. Opvoeding deels op gebruikte eiken vaten van 225l, een deel op Capasoni. Zeer stevige, mooie neus, een beetje als een passito (ik geloof dat de druiven hier al wat indrogen aan de stok). Heel veel karakter, bijzonder goed gemaakte wijn, heel zuiders, heel veel evolutie in de neus, erg mooie wijn. De 16% alcohol valt nauwelijks op en stoort nooit. Plots begon mijn respect voor Primitivo met stappen te stijgen…****

Passione, Primitivo di Manduria, Dolce Naturale, 2007:Aan de stok ingedroogde druiven. Rijping op eik (8 maanden). 17 % alcohol bij het bottelen, kan in de fles stijgen tot 20,5%, als ik het goed begrepen heb…een dolce naturale zou een bijna uniek fenomeen zijn van hoge alcoholgehaltes én hoge restsuikergehaltes, zo hoog dat er ook op de fles nog verdere omzetting gebeurt. Ik verstond niet alles van wat Massimo zei, en vind weinig betere uitleg op het internet. Is er een Diploma Course leerling in de zaal ? Wij vonden de neus vlezig en rokerig, de mond van een prachtige zuiverheid en complexiteit en dit was een wijn om een hele avond aan te snuffelen en te genieten…ook ****.

 

dolcenaturalepichierri.jpg

Aan de stok ingedroogde Primitivo druiven (foto website Pichierri)

 

Ondertussen had Massimo door dat we “iets” van wijn wisten en vooral dat we ze bovenmatig apprecieerden en besloot hij zijn twee toppers boven te halen (je voelde in de hoek van de zaal de wenkbrauwen van zijn ooms omhoogschieten).

Capasonato, Vino Rosso, 1984-1985:uit de Capasonati die we in de kelder gezien hadden en gebotteld na de verhuis. 17,5 tot 20% alcohol. Nooit gekoeld, niet geklaard, niet gefilterd. Vlezig, rijp, machtig, minutenlange afdronk, een wijn die zo geweldig, zo lekker en zo speciaal is dat hij onbeschrijfbaar wordt. Nog nooit zoiets geproefd…diep, diep respect voor de Primitivo di Manduria en voor de familie Pichierri. ***** ! en dat is jaren geleden !

 

Capasonato Pichierri.jpg

 

Vino Savese, Primitivo, 1975:21% alcohol. De appellatie bestond toen nog niet, vandaar gewoon Vino Savese. Droog, ongelooflijk en onbeschrijfelijk. De geur is die van een wandeling door een functionerende Masseria waar je in een paar minuten doorheen zweeft: gebraden vlees, dan weer die van stil stof in een beste kamer, dan weer die van een keuken vol damp en geuren, dan weer werkende mannen in een kelder, kortom zo complex en veranderend dat het de geur van het leven zelf is…de geur van de Puglia… Opvallend vlezig aspect wel, maar nog nooit proefde ik het zo mooi. Overtreft alles wat ik tot nu geproefd heb, en dus *****+*.

 

vino savese picchieri.jpg

 

Een Capasonato heb ik gekocht, 1984 was het jaar waarin drie van ons afstudeerden als historicus, de Savese viel helaas wat buiten het budget. Nu nog een gelegenheid zoeken om ze te openen…

Voor wie mij niet gelooft: http://italianwinereview.blogspot.be/2010/05/wandering-puglia-vittorio-pichierri-and.html

En nog straffer, maar dan in het Italiaans: http://www.lucianopignataro.it/a/il-vino-anfora-primitivo-la-leggenda-del-capasone-e-la-storica-verticale-con-vinicola-savese/57411/

En het domein zelf: http://www.vinipichierri.com/

 

    

Puglia 2014: Gallipoli, Gnommareddhi en Minchiareddhi.

gallipolisea.jpg

Gallipoli, zicht op zee

gallipoliumbrella.jpg

Sfeerbeeld in Gallipoli (vervang de fles water door een fles Strongbow cider en het zou Margate kunnen zijn…)

Het oude stadscentrum van Gallipoli (van het Griekse Kalepolis, of Mooie Stad) ligt op een eiland en wordt met het vasteland verbonden door een 17de eeuwse brug. Een groot fort bewaakt de ingang en het centrum is een wirwar van steegjes met een tiental kerken waar het goed ronddwalen is. Wij spraken met een apotheker van één van de mooiste oude apotheek-interieurs die ik ken, dronken shotjes ristretto in een volks barretje, kregen een spoedcursus digestieven (welke in de frigo en welke niet) en wandelden langs de kust, uitkijkend op de Ionische Zee die zich van zijn mooiste kant liet zien (prachtig licht).

Slapen en eten deden we die avond op één en dezelfde plaats, in het onooglijke Taviano, in het gezelligste en persoonlijkste hotel van de reis. A Casa Tu Martinu is meer een herberg dan een hotel, heel informeel, heel plezierig, zonder streken, tjokvol oud meubilair en in elkaar overlopende vertrekken en gangen. De kamers zijn mooi en karaktervol en een deel ervan geeft uit op een erg aardige binnentuin. In de zomer, als het warm is, moet dit echt een aparte plaats zijn om te verblijven, maar nu was het dus winter en we trokken dan ook al snel richting gelagzaal om er te aperitieven met aardige witte en rosé wijnen (zonder veel karakter, en dus zonder commentaar).

 

acasatumartinu.jpg

Terras voor onze slaapkamer

 

Aan tafel besloot ik, solidair met J., nog eens voor het avontuur te gaan en we bestelden Minchiareddhi en Gnommareddhi, zonder goed te weten wat het precies was. Zo leer je nog eens bij. De Minchiareddhi d’Orzo con Ricotta Forte e Pangrattata bleek een soort pasta van gerst te zijn, in een vorm die typisch is voor Salento. Heel lekker overigens. De echte verrassing waren echter de Gnommareddhi, op de spijskaart zeer neutraal vertaald als meat roll, maar het bleek toch iets anders te zijn….

  

minchiareddhi in A Casa Tu Martinu.jpg

Minchiareddhi

gallipoli,tripes,pasta,puglia,salento

Gnommareddhi

 

Gnommareddhi bleken opgerolde ingewanden te zijn van lam, een lokale specialiteit, een klein broertje van Andouillette (hmmm…), sterk van smaak en topzwaar, maar ook lekker en interessant. Toen het bordje op tafel kwam waren wij een beetje teleurgesteld (zo weinig ?) maar we moesten wringen om ze binnen te krijgen, de keuken van de Puglia is een echte boerenkeuken waarin niks verloren gaat, maar ze is nooit light. Instinctief hadden we waar al een even stevige rode bij gekozen, de Simpotica van Azienda Monaci, en de weliswaar zeer sympathieke en behulpzame maar ook onervaren dienster zorgde onvrijwillig voor een kleine verticale:

Simpotica, Azienda Monaci, Salento, 2004:Een blend van 85% Negroamaro en 15% Montepulciano. Domein van Severino Garofano, een oenoloog die 50 jaar lang de directeur van de Cantina Sociale van Copertino. Dit is zijn eigen domein dat hij samen met zoon en dochter beheerd. Aroma van balsamico en een straffe vleesbouillon. Voledig versmolten, op dronk, misschien zelfs er al wat over, in het begin wat gestoord en gebroken, maar in het glas wel heel positief evoluerend. **

Simpotica, Azienda Monaci, Salento, 2006:Zelfde blend. In de neus onmiddellijk paard en turnpantoffels, en stevig walsen was nodig om de complexiteit naar boven te brengen. Paste eigenlijk heel goed bij de Gnommaraddhi, ook in de mond waar de wijn peperig, kruidig en zeer intens was. **(*)  

Dezelfde sympathieke dienster vroegen wij later die avond om een glas Laphroaig om buiten op het binnenkoertje nog wat na te praten. In haar enthousiasme nam ze drie grote glazen en goot die meer dan halfvol, onder protest van uw dienaar, maar de verrukte kreetjes van anderen haalden de overhand…het werd een lang en vrolijk gesprek.

Morgen bezoeken we een nieuw wijnhuis: één van de strafste proefervaringen van mijn leven…

http://www.acasatumartinu.com/ITA/

http://garofano.aziendamonaci.com/

 

Puglia 2014: Een Stier is genen Os en een Puntzakske Zeevruchten: Modo in Nardo

Het laatste deel van ons wijngaardbezoek bij Natalino had zich afgespeeld in de gietende regen en dat was het blijven doen tot in Nardo, onze volgende stop. Toen we er aankwamen kwam de zon er echter terug door en kijk, op de markt van Nardo, de Piazza Salandra, stond een café met de naam Gambrinus en dan kan elke rechtgeaarde Leuvenaar niks anders doen dan er een pint gaan drinken.

nardo.jpg

Nardo werd waarschijnlijk in 3000 voor Christus gesticht door immigranten uit Kreta of uit Egypte, maar rond 1000 voor Christus was het een bloeiende gemeenschap van de Messapiërs, het volk dat hier toen woonde. “Fout”, riep toen Mme Rick, de enige die “aan de verlokkingen van den drank” had kunnen weerstaan en een beetje aan het rondwandelen was gegaan, “het is gesticht door een stier!”. Dat verhaal vond Rick zelve dan weer straf genoeg om zijn pint achterover te slaan en mee naar buiten te gaan en ja hoor, het was een stier en genen os (Tauro Non Bovi) !

 

taurononbovi.jpg

Volgens de overlevering kwamen de eerste immigranten hier aan in een lege dorre vlakte. Toen ze een grote prachtige stier zagen die in de grond begon te krabbelen en te schrapen met één van zijn hoeven liepen ze er naar toe en kijk, ze vonden er opborrelend water uit een ondergrondse bron. Ze stichtten er hun stad en vandaag staat die stier trots in het wapenschild van Nardo en op een fontein op het plein. En om het prestige van de zaak duidelijk te maken moest er toch ook worden vermeld dat het een stier was, een edel en trots dier, en geen os, toch maar een sukkelaar eigenlijk. Nardo zelf werd later tientallen malen verwoest door aardbevingen en slechte politieke keuzes, maar wie daarover meer wil weten verwijs ik naar het internet.

Want daarvoor kwamen wij eigenlijk niet ! Warvoor we wel kwamen was Modo, een in 2009 geopend restaurant van twee jonge mensen waar onze organisator J. veel over had gehoord, en dat de moeite zou zijn. Leonardo Marcu, gestoppelbaard en voorzien van een trotse bandana, is de chef, half Roemeens, half Amerikaans, en Maria Rosario de Benedettis, een architecte, doet de zaal (en richtte ze denk ik ook in). Het interieur is koel en geometrisch en erg modern en licht, wat ik altijd leuk vind in een restaurant.

De ontvangst was zoals gewoonlijk geweldig, met een glas bubbles van het huis (niet gevraagd wat het was, maar ’t was lekker) en wat hapjes, en ik besloot me deze middag maar eens van mijn vissigste kant te laten zien, een wijze beslissing !! En wat voor een schot in de roos was die eerste gang al…

 

modo in nardo.jpg

Ik moet u iets bekennen. Sinds ik lang geleden, op het strand van Oostende, het boek Cod,van Mark Kurlansky las, heb ik een zwak voor baccalau of stokvis of stoccafissa, dat wonderlijke voedingmiddel met een hoge Verrijzenis-factor: je hangt het in de zon te drogen, stockeert het in zout tot het, ja stokhard is en jaren kan bewaren, en dan week je het één of twee dagen in water om het terug tot iets eetbaars te maken. Lekker eten met wat geschiedenis, njam, maar ik houd ook van die draderige substantie en die echo’s van zout die het altijd blijft in zich hebben. Groot was dan ook mijn vreugde toen ik het hier op drie manieren bereid zag in een Tre Variazione sul Baccala: mantecato su crema di cime di rape; in tempura con ginger e salsa di soia all’aceto; affumicato su cipolle rosse stuffato.

Alledrie even lekker, met zelfs de baccalau van een kwaliteit die ik nog niet zo vaak heb gegeten, en met drie op het eerste gezicht simpel lijkende bereidingswijzen die perfect bij elkaar pasten en veel complexer van smaak waren dan ze eerst leken. En wat drink je daarbij ? De lekkerste witte van de hele reis dan toch wel ? De Fiano Minutolo, Polvanera, 2012 was een schitterende wijn van de pas recent als echt lokaal erkende druivensoort Minutolo (of Fiano Pugliese). Hij is gemaakt door Filippo Cassano, een naar verluid bescheiden maar zeer getalenteerde wijnmaker uit Gioia del Colle, wiens meest legendarische rode cuvées ons deze reis helaas zouden ontglippen. Maar daar hoorde je ons deze middag niet over klagen. Aroma’s als van bio-citroenen, in de bagage meegesmokkeld uit een tuin in Turkije. Het mooie frisse fruit wordt op een magnifieke manier gepaard aan een prachtige mineraliteit. Breed, intens en erg lang. ***, misschien zelfs ***(*). Geweldig.

 

modo 2 in nardo.jpg

Zet u nu even schrap, want hier komt de vertaling van een Puntzakske Zeevruchten met Chips. Dal fresco del ‘Mare Nostrum’: frittura di polpo, calamari, gamberetti, cozze, alici e sfoglie di patate novelle in cartoccio. Ik heb het gegeten in een roes, soms angstig om me heen kijkend dat er niemand me plots in mijn arm zou knijpen en me terug wakkermaken uit deze heerlijke droom. Ik kan het eigenlijk bijna niet beschrijven (lekkerste chips die ik ooit al at in ieder geval), elk brokje gefrituurde zee was al even succulent, en die zak zat vol ! En wat had ik daar graag terug die Minutolo bij gehad, maar hij was op. Het werd dus de Pietrabianca, Tormaresca, 2012,een blend van 90% chardonnay en 10% minutolo, die we kozen omdat hij ook bio was, net als de vorige. Was daar iets fouts mee ? Nee, hij had een fijne neus, duidelijk omlijnd en mooi geëikt. Hij was mooi evenwichtig, lang, zeer goed gemaakt en lekker. Maar hij was niet heel Pugliese… Tormaresca is een groot bedrijf uit de Antinori groep, met twee domeinen in de Puglia, en plantte vooral chardonnay en cabernet sauvignon aan toen ze het potentieel van het terroir van de Puglia ontdekten. Veel lokale boeren hebben er kritiek op omdat ze profiteerden van iets dat zij gezaaid hadden en waar ze nu met Noord-Italiaans geld van kwamen profiteren. **(*) toch wel, maar niet helemaal van harte.

Prachtige keuken, heel goede bediening, heel goed restaurant !  

www.ristorantemodo.it

www.cantinepolvanera.it

www.tormaresca.it

 

Puglia 2014: Il Pioniere: Natalino del Prete

Onder een grijze dreigende hemel en met de hulp van een GPS die zich wat onzeker begon te gedragen reden wij naar San Donaci, een dorp met 7000 inwoners zonder enige naam en faam, ware het niet één van de pioniers van de natuurlijke wijn in Italië er woont. Zoals in Italië wel meer gebeurt was zijn herinnering aan onze afspraak wat vaag en had hij ons eigenlijk op een andere dag verwacht, maar de ontvangst was er niet minder hartelijk voor, en nog geen vijf minuten later dirigeerde hij onze minibus al door kleine laantjes, op weg naar zijn wijngaarden. Die waren niet moeilijk te herkennen: het waren de enigen waarvan de bodem bedekt was door een enthousiaste laag onkruid.

 

natalinodelprete 2.jpg

Natalino is een heel charmant man en een begenadigd verteller (als je wat Italiaans verstaat en wat van wijn kent kan je hem redelijk goed volgen) en hij was één van de eerste die in de regio startte met duurzame wijnbouw (snel uitkomend bij bio). Hij was echter de eerste die de lijn ook radikaal doortrok tot in de kelder, waar hij meer en meer alle ingrepen afzwoer en zo de weg insloeg van wat we vandaag de noemer Natuurlijke Wijnen meegeven, maar waarvoor hij zelf niet echt een specifieke verzamelnaam had (al vond hij Vini Veri wel een goeie, maar hij was geen lid van de vereniging).

 

natalinodelprete 1.jpg

De kern van het domein, dat maar 10ha groot is, erfde Natalino van zijn ouders, maar stelselmatig kocht hij mooie kleine perceeltjes bij tot hij een grootte bereikte die levensvatbaar was maar die hij en zijn familie ook nog alleen aankonden. “Werken, werken, sparen, geen tijd verliezen met koffie te drinken, en dan kopen, kopen en kopen” was denk ik zo ongeveer wat hij zei. Hij doet ook vandaag nog alles alleen, volledig met de hand, zonder mechanisatie en zonder chemische middelen. Alleen tijdens de oogst komt zijn zoon hem helpen omdat hij nu wat ouder wordt. Hij is ongelooflijk trots op zijn 7ha wijngaard (op de andere 3ha staan zijn stokoude olijfbomen) en het eerste wat hij deed toen we uitstapten was een goeie greep grond en onkruid opscheppen om er ons aan te doen ruiken. Dit bleek dan nog één van zijn wat jongere (40jaar oude) negroamaro wijngaarden te zijn en een paar 100m verder lagen zijn 80 jaar oude primitivo stokken, waar hij helemaal lyrisch werd (en ook boos op zijn lustig sproeiende buren die pas gepasseerd waren).

 

natalinodelprete3.jpg

Om het werk binnen de perken te houden houdt Natalino de oppervlakte bewust klein, maar wat nog opmerkelijker is dat hij ook zijn prijzen zeer laag houdt, ondanks het feit dat hij elk jaar op voorhand uitverkocht is. Wijnhandelaren krijgen een kleine vaste allocatie toegewezen en aan bezoekers vraagt Natalino steevast hoe ze hun prijzen hanteren. Uit zijn toon en gebaren maakte ik op dat overdreven winstmarges niet echt geapprecieerd zouden worden, en het moet gezegd, in België gebeurt dat meer dan correct. 

natalinodelprete 5.jpg

Baby-wijngaard met éénjarige stokken. “Kunnen die daartegenop, tegen dat onkruid ?” “Mijn stokken zijn sterker dan onkruid, en kinderen moeten op school ook leren hun mannetje te staan…”

 

Terug in de hangar waar Natalino zijn wijn maakt en bottelt was het tijd om te proeven en dat deden we deze keer aan de hand van vatstalen.

Vatstaal 1, Il Pioniere, 2013:

Negroamaro en malvasia Nera, jonge stokken. Fruitig. Heel mooie zuurtjes, mooie fraîcheur, fris en krokant fruit, zeer lekker en lang. ***

Vatstaal 2, Il Pioniere, 2013:

Negroamaro en Malvasia Nera, oude stokken. Veel kruidiger in de neus. Fris, maar meer diepgang, breder, iets zoeter ook en zeer lang. ***

Il Pioniere is zijn lievelingswijn, en ik vermoed dat wat in de fles gaat een blend is van de twee.

Vatstaal 3, Anne, 2012:

Negroamaro. Genoemd naar zijn vrouw, Anne (net zoals Mme Rick dus en ze mocht direct poseren naast het vat…nee, dat andere, dat blinkende). Een beetje een stinkerke in de neus, maar na walsen was dat snel weg en kwam er iets kruidigs. Mooie complexiteit, kruidig, maar vooral schitterend fruit. Mooie tannines. ***(*)

Vatstaal 4, Natali, 2012:

Primitivo. Heel kruidige neus, heel herkenbaar Vin Naturel. In de mond een pak knapperig verse Noordkrieken, zéér lekker, wijn met een brede glimlach, heel mooi volume, heel volwassen, veel diepgang, en zelfs met mooie tannines. Zéér lekker. ****

Vatstaal 4, Sorso Antico, Dolce Naturale, 2012:

Aleatico. Onze tweede Dolce Naturale, en hier werd Natalino bepaald lyrisch, want hij vond dit een vino romantico, een vino d’amore, een wijn voor koppeltjes en aan de naar boven springende wenkbrauwen van zijn echtgenote was het misschien beter dat we niet echt alles verstonden wat hij zei (maar het klonk wel goed). Ongelooflijke neus, fruit, natuur, een superbe complexiteit. In de mond lichtzoet, breed, lang en complex, en de suikers wellen pas in de helft van de mond wat op. De ontwikkeling in de mond was verbluffend. ****

 

natalinodelprete 4.jpg

Natalino, een vatstaal nemend naast zijn “bottelinstallatie”. Let ook op zijn ergonomische zitje !

 

Toen we Natalino vroegen naar zijn importeur in België moest hij zijn kaartensysteem ter hulp roepen (een rekker rond een bundel kaartjes, het is ook een systeem), en al bladerend werd hij geregeld lyrisch over een kaartje dat toebehoorde aan een of andere schoon madam (nu, toegegeven, Aurélia Filon van Busurleweb vind ik ook wel indrukwekkend, maar hij toverde ook een kaartje boven van een Brusselse invoerder, Nicoletta Dicova, die weliswaar zijn wijn niet verdeelde, maar inderdaad een schoon madam lijkt te zijn). Uiteindelijk bleek zijn invoerder Biotiek in Zoersel, inderdaad één van de oudste bio-wijnhandelaren van Vlaanderen.

www.biotiek.be

www.finoteca.com voor Nicoletta Dicova. Ik ken de meeste wijnen niet, maar misschien eens proberen…

Eén van de hartelijkste en warmste ontvangsten van al onze wijnreizen in Italië. Wel een beetje honger van gekregen, dus snel naar Nardo !  

 

Puglia 2014: Vergine, Vedove e Malmaritate…e Spiriti: Lecce !

Alhoewel zo’n winters bezoek waarschijnlijk echt wel een verkeerde indruk gaf (in de zomer is het hier 40 graden, toen wij er waren 15) scheen er toch genoeg zon om de schoonheid van de stad ten volle te waarderen. Lecce heeft een heel compact historisch centrum zodat je alles te voet kan doen. Onze wandeling startte vanop de Piazza Sant’ Oronzo, waar een grote zuil prijkt met daarop de Heilige Orontius, een vroegchristelijke bekeerling die contacten had met de Apostel Paulus en door een vertegenwoordiger van keizer Nero werd terechtgesteld op ongeveer 3km van Lecce. In 1656 stopte hij een pestepidemie en sindsdien is hij de beschermheilige van de stad Lecce. Het plein ziet er nu wat anders uit dan in de Middeleeuwen, want het goed bewaarde Romeinse amfitheater lag honderden jaren lang verstopt onder een groep winkels en huizen. Momenteel werd het effect wel een klein beetje bedorven door het kerststalletje dat ze er in hadden geplaatst…

 

DSC05494.JPG

Lecce is bij uitstek een stad om in rond te slenteren en een leuke weg naar de Duomo is de Via Vittorio Emmanuele, een verkeersvrije Corso waar je slendert en winkelt en vooral jezelf op je paasbest toont. Dat laatste gebruik, de passeggiata, komt in de warme maanden op gang wanneer de hitte wat afneemt en families met kinderen, jonge koppeltjes of oudere mensen zich terug op straat vertonen. Het is één van de hoofdfuncties van zo’n straat. Ze komt uit op de Piazza Duomo, één van de mooiste pleinen van Zuid-Italiê, met de Duomo niet centraal maar in een hoek geduwd met een kanjer van een klokketoren of campanile ernaast. Het is een plein dat je moet zien met niet teveel mensen erop, en het is op zijn mooist ’s morgens vroeg wanneer de eerste zon er op schijnt, of ’s avonds laat, wanneer het prachtig verlicht is. De Duomo zelf is, zoals de meeste kerken hier, vooral mooi aan de buitenkant, waar de plaatselijke variant van de Barok zich volledig laat gaan. Mensen met een allergie voor putti dienen zich echter te onthouden !

 

DSC05574.JPG

 

Vanuit de Piazza gaat de Via Giuseppe Libertini verder, kerk na kerk, maar onderweg zagen we aan de ingang van het Conservatorium een leuk informatiebordje. Vroeger was er een opvangtehuis gevestigd voor Vedove, Vergine e Malaritate…Ik moet zeggen dat, alhoewel ik persoonlijk tot geen van de drie categoriën behoor de uitgang er uitnodigend uit zag…misschien met mij in de rol van trooster van al die weduwen, maagden en slecht getrouwden ?  

 

DSC05557.JPG

Eén van de leuke dingen aan Lecce is dat het, en daarin lijkt het wat op Leuven, een studentenstad is. Dat maakt dat er veel cafeetjes en goedkope restaurantjes zijn voor de studenten, maar ook dat er veel wat hippere en gesofisticeerde zaken zijn voor de docenten en de studentenkoppels die hier blijven hangen. Wij kwam voor ons aperitief dan ook terecht in het restaurantgedeelte van een boekhandel, All’ Ombra del Barocco, waar de heren van het gezelschap uitermate positief verrast werden door het wijnaanbod. Wij consumeerden echtereenvolgens een Rosé della Quercia Extra Dry, Alberto Longo, een rosé schuimwijn van Nero di Troia, fijn schuimend en fris en elegant, en een Rosa del Golfo Brut Rosé, een negroamaro, fruitig en mooi gestructureerd. Het huis Alberto Longo ligt in Lucera, meer naar het Noorden van Puglia, ter hoogte van Napels, en is heel modern (een leerlinge van Giacomo Tachis maakt er wijn, en Alberto Longo is zelf een consulent). Rosa del Golfo ligt in Alezio, vlakbij Gallipoli, hier een goeie 20km vandaan, en is al sinds 1988 zéér bekend voor zijn rosé met de gelijknamige naam.

Wij vonden dit een goede start en sloegen daarom in ons restaurant, de Osteria degli Spiriti, de schuimwijn over om ons onmiddellijk op de feestvariant van de bekendste rosé van de regio, nee, van Italië, nee, van de Verenigde Staten te gooien: de Five Roses Anniversario Leone de Castris 2013.   

In 1943 zag Italië zware gevechten tussen Amerikaanse en Britse troepen en de terugtrekkende Duitsers. De Amerikaanse soldaten, voor een substantieel deel zelf van Italiaanse afkomst, hadden snel een sterke emotionele band met de veroverde gebieden. Terwijl de gevechtssoldaten echter snel verder trokken, volgden er in hun spoor mensen die zich bezig hielden met de wederopbouw. Voor Zuid-Italie was dat Lt-Kol Charles Poletti, een advokaat en politicus uit New York. Volgens de legende bezocht hij Don Piero Leone de Castris op zoek naar een rosé die in grote hoeveelheden kon worden geproduceerd voor de Amerikaanse soldaten die in Europa vochten. De luitenant-kolonel proefde de rosé, bevond hem goed, Don Piero beloofde de productie, Poletti de flessen (in het begin door het leger lege bierflessen te laten inzamelen) en al snel werd Five Roses de standaard-rosé in Amerikaanse kantines. Toen die na het einde van WOII terugkeerden naar de VS zochten ze terug naar die rosé die ze in Europa hadden leren kennen, en Don Piero begon met de export. Al snel was het de populairste rosé van de Verenigde Staten en je kan het vergelijken met de komst van Mateus rosé of Miracoli spaghetti naar België, iets dat voor ons zelfs wat vulgair is, maar voor onze ouders revolutionair.

Over Charles Poletti heb ik het later nog wel eens, maar hij was een zegen voor het gebroken Italië van na WOII door de indrastructuur terug op te bouwen en de handel terug in gang te trekken. De wijn zelf was leuk, met framboosjes in de neus, fruitig, fris en ook wat vet, kortom goed gemaakt, maar ook heel commercieel, en voor ons verwende wijndrinkers wat te makkelijk. We vergeten echter soms hoe een rosé als dit in de jaren 50 als een summum van kwaliteit werd beschouwd, voor een groot deel omwille van toegepaste moderne oenologie en transport-technologie.

Ondertussen was een heel scala aan antipasti de revue gepasseerd, het ene al lekkerder dan het andere, en begonnen de eerste alarmbellen te rinkelen. De keuken van de Puglia is een Cucina Povera die, grotendeels uit armoede, uitsluitend gebruik maakte van wat er in de omgeving te vinden was, cq van wat men zelf kon telen. Dat betekent hier dat men pasta maakt van Durum-tarwe, waarvoor geen (dure) eieren moeten worden gebruikt, dat men de voorkeer geeft aan geit en schaap boven rund, dat de meeste lokale kazen ook met de melk van die dieren wordt gemaakt, bier een luxeproduct is dat uit het Noorden komt terwijl je je je rode wijn in bidons van 5 liter koopt, je geen boter gebruikt maar olijfolie (40% van de Italiaanse olijfolie komt van de Puglia), maar ook dat elke mama een ruime keuze heeft aan lokaal geteelde groenten die én goedkoop én van topkwaliteit zijn. Dat laatste was trouwens echt een rode lijn door ons culinair avontuur. Helaas betekent dat ook dat light hier (terecht) niet in het woordenboek staat en dat ik mij geregeld heb vergist in de hoeveelheden.

Toen ik dan ook aan de waard vroeg wat Ciceri e Tria waren begon hij onmiddellijk te ratelen over “lokale specialiteit” en “molto bene” (het gebrek aan Engelssprekenden is in de Puglia nogal markant) en meer was niet nodig om mij te overtuigen. Ciceri zijn kikkererwten en Tria zijn in olijfolie gefrituurde tagliatelle. Ze worden samen met gekookte tagliatelle opgediend en het is een héél lekker gerecht, maar gemaakt voor een landarbeider die daarna een akker gaat omploegen, en niet voor een al wat te dikke toerist die al goed geknabbeld had.

 

DSC05580.JPG

Ook qua wijn hadden wij ondertussen alle voorzichtigheid laten varen, en gesteund door ons zorgvuldig voorbereid wijnlijstje, hadden we op de wijnkaart een kanjer gevonden: Primitivo Old Vines, Morella, 2008. Wat krijg je als je Australië en Puglia samenvoegt ? Wel, in ieder geval géén subtiliteit. “Syrah”, “Eucalyptus”, “Koala beer” waren de kreten die onmiddellijk rond de tafel vlogen, en deze wijn was extravert en uitbundig in de neus, heel vlezig en peperig en straf en zou blind onmiddellijk als Aussie Syrah benoemd zijn. Ook in de mond was hij intens, straf en overweldigend en helaas totaal ongeschikt voor wat wij aan het eten waren. Met 16% alcohol, alhoewel die goed verwerkt was, was zijn impact ongeveer even groot als die van een Monster Truck  op een klein jongetje: misschien wel te doen in het juiste (culinaire) gezelschap maar zo op zijn eentje eigenlijk nogal angstaanjagend. De wijnmaakster is dan ook Australisch, het is Lisa Gelbee die hier verliefd werd op Gaetano Morella en op zijn oude Primitivo stokken, en ze maakt zeker goede wijn, maar dit had niet veel te maken met de Puglia, vonden wij.

 

DSC05583.JPG

Hmmm…maar dessertwijnen van de Puglia, hoe zit het daarmee ? Wel, we vroeger ernaar, en uit het Italiaanse geratel van de patron kwam één ding naar boven drijven: dolce naturale. En wat is dat dan wel ?

Het grote verschil met veel klassieke zoete wijnen (en vooral de Italiaanse passito) is dat de druiven van een dolce naturale worden gedroogd aan de stok en dus niet na het plukken (in Frankrijk heet dat passerillage sur souche). Voor Primitivo di Manduria is dat 14 dagen en het wordt alleen gedaan in jaren waarin de omstandigheden het toelaten. Sinds 2010 is het een DOCG en dus één van de meer prestigieuze appellaties van Italië.

Wij begonnen vandaag direct met een topper: de Es Piu Solé, Gianfranco Fino, Primitivo di Manduria Dolce Naturale, 2012. Gianfranco Fino is geobsedeerd door het potentieel van Primitivo en kocht in 2004 samen met zijn vrouw Simona een 1,2ha groot perceel met 50 jaar oude stokken, in alberelli gesnoeid en op terra rosso, de roodgekleurde ondergrond die hier zo typisch is. Ondertussen vond hij nog twee wijngaarden met oude stokken en is hij de maker van Es, één van de grootste Primitivo di Manduria’s. Ik had geen idee dat er een dolce naturale versie van bestond, maar dit was hem dus.

Heel complexe maar stevige neus, heel evenwichtig eigenlijk met mooie mineraliteit aan stevige fruit. Heel intens, zwarte bessen maar knapperiger, zuiverder fruit en niet zo jammy als de Morella, erg mooie fraîcheur. Met zijn 15% eigenlijk zelfs niet herkenbaar als een zoete wijn, zo evenwichtig, maar volgens de regels van de DOCG bevat hij wel degelijk minstens 50 gram restsuiker. Schitterend, en wij nu allemaal heel nieuwsgierig naar de Es zelf…maar daar komen we nog aan toe :-).  

Maar morgen gaan we langs bij de godfather van de natuurlijke wijn in de Puglia, Il Pioniere !

Slaapwel !

 

DSC05586.JPG

 De websites:

www.allombredelbarocco.it

www.albertolongo.it

De wijnen van Alberto Longo worden in België verdeeld door Licata (www.licata.be ).

www.rosadelgolfo.com

www.osteriadeglispiriti.it

www.leonedecastris.com

In België verdeeld door Tricépage uit Maasmechelen (www.tricepage.be ).

www.morellavini.com

www.gianfrancofino.it